RENÉ VAN DEN BOS (NL)




Inside outside nr. 6

2026

acryl, pigment, kalkverf op katoen

100 x 80 cm


Inside outside no. 6

2026

acrylic, pigment, lime paint on cotton

100 x 80 cm





Inside outside nr. 21

2025

acryl, pigment op katoen

70 x 50 cm


Inside outside no. 21

2025

acrylic, pigment on cotton

70 x 50 cm




ONTBERGEN (negende kamer)




"Mijn schilderijen laten zien dat ik gefascineerd ben door de grondbeginselen van de schilderkunst. Lijn, ritme en materialiteit in zwart, grijs en wit geven mij de ruimte deze te benutten zonder anekdotes te willen gebruiken. Geconcentreerd onderzoek ik mogelijkheden van het schilderen door te bewegen tussen het rasterpatroon en het schildergebaar in textuur en structuur. Mijn interesse voor de formele aspecten van het schilderen heeft zich nooit beperkend opgesteld. Eindeloos variëren, alles bepalend vanuit een intuïtie zonder aan mijn uitgangspositie te knagen. Ik suggereer een vlak door herhalingen van lijnen die wel of niet onderbroken worden. Ik neem de vrijheid consequent te zijn maar niet vast te blijven houden aan al te strakke regels.


In het ontstaansproces van mijn schilderijen wordt het ongeprepareerde katoen eerst voorgestreken met water en daarna beschilderd met sterk verdunde acrylverf, zelf gemaakt met pigmenten en een bindmiddel, soms door toevoeging van een kalkverf in de toplaag. De verf wordt vervolgens door het doek opgezogen, hierdoor verandert het karakter van het werk. Door het toenemen van de gelaagdheid ontstaat een diffuus en fluwelig oppervlak. Deze werkwijze zorgt voor verrassingen, je hebt het niet altijd in de hand; je weet nooit van tevoren hoe de lijn zich toont. Het enige wat je zeker weet is dat bij veel water een grillige lijn ontstaat en dat bij weinig water een strakkere lijn zich aftekent. Het construeren met tape is daarbij een handeling die haaks staat op het vloeien van het water. Langs de afgeplakte lijn waaiert de waterige verf uit en er ontstaat een onregelmatige kartelrand. Tussen enerzijds het constructief denken (het in de hand willen houden) en anderzijds het natuurlijk proces (het laten gebeuren) bevindt zich een spanningsveld. Binnen dit spanningsveld gaan deze uitersten een dialoog aan. Ze verenigen zich maar ze stoten elkaar ook weer af.


In al mijn werk is een streng geordend raster de basis, dat tegelijkertijd wordt ondermijnd door subtiele verstoringen. Het raster, een basis voor systematisch denken en handelen. De banen zijn licht zichtbaar als zachte transparante sluiers. Deze banen doorbreken de uniformiteit en geven het werk een gevoel van beweging, alsof er iets door het beeld heen schuift. Tussen deze gelaagde achtergrond is een regelmatig patroon van kleine witte hoekvormen geplaatst. Steeds vier van deze hoekjes suggereren samen een vierkant, zonder dat deze worden ingevuld. Hierdoor ontstaat een spel tussen aanwezigheid en afwezigheid: de vormen zijn er maar ook weer niet helemaal. De kijker wordt actief betrokken door de ontbrekende lijnen zelf in te vullen. Het is de spanning tussen het strakke systeem en de imperfectie van de uitvoering. De lijnen zijn niet volledig gelijkmatig, sommige zijn vager of onderbroken, wat bijna een storend maar tegelijkertijd een levendig ritme creëert. Het raster lijkt daardoor niet statisch, maar licht verschoven en in trilling, een optisch effect – je ogen worden als het ware over het oppervlak geleid. De donkere tonaliteit en het repetitieve patroon geven het schilderij een ingetogen contemplatieve sfeer terwijl de kleine smalle witte accenten fungeren als ritmische markeringen – als een soort visuele maatvoering binnen een fluïde, ademend veld."


René van den Bos, maart 2026


René van den Bos, ° 1959, Amsterdam (NL), woont en werkt in Diakopto (GR)





UNCONCEAL (ninth room)




"My paintings show that I am fascinated by the fundamental principles of painting. Line, rhythm, and materiality in black, gray, and white give me the space to utilize them without resorting to anecdotes.

I explore the possibilities of painting with concentration by moving between the grid pattern and the painterly gesture in texture and structure. My interest in the formal aspects of painting has never been limiting. I vary endlessly, determining everything based on intuition without compromising my starting position. I suggest a plane through repetitions of lines that may or may not be interrupted. I take the liberty of being consistent but not clinging to overly rigid rules.


In the creation process of my paintings, the unprepared cotton is first pre-treated with water and then painted with highly diluted acrylic paint, homemade using pigments and a binder, sometimes by adding a lime paint to the top layer. The paint is subsequently absorbed by the canvas, thereby changing the character of the work. As the layering increases, a diffuse and velvety surface emerges. This method provides surprises; you do not always have it under control; you never know in advance how the line will manifest itself. The only thing you know for certain is that with a lot of water, an irregular line emerges, while with little water, a straighter line becomes apparent. Constructing with tape is an action that stands at odds with the flow of the water. Along the taped line, the watery paint fans out, creating an irregular jagged edge. A field of tension exists between constructive thinking (wanting to keep things under control) on the one hand, and the natural process (letting things happen) on the other. Within this field of tension, these extremes engage in a dialogue. They unite, yet they also repel each other.


In all my work, a strictly ordered grid forms the basis, which is simultaneously undermined by subtle disturbances. The grid, a foundation for systematic thinking and action. The strips are slightly visible as soft, transparent veils. These strips break the uniformity and give the work a sense of movement, as if something is sliding through the image. A regular pattern of small white corner shapes is placed between this layered background. Four of these corners together suggest a square, without being filled in. This creates a play between presence and absence: the shapes are there, yet not quite. The viewer is actively involved by filling in the missing lines themselves. It is the tension between the strict system and the imperfection of the execution. The lines are not entirely uniform; some are vaguer or interrupted, creating an almost disturbing yet simultaneously lively rhythm. Consequently, the grid does not appear static, but slightly shifted and in vibration, an optical effect—your eyes are guided across the surface, as it were. The dark tonality and the repetitive pattern give the painting a subdued, contemplative atmosphere, while the small, narrow white accents function as rhythmic markers—as a kind of visual measurement within a fluid, breathing field."


René van den Bos, March 2026


René van den Bos, ° 1959, Amsterdam (NL), lives and works in Diakopto (GR)


rvandenbos.nl